Ik zal ’t aan mijn moeder zeggen
Nog een lied van Achille Coppenolle uit Roeselare.
De zanger – in het lied Teofiel genaamd – gaat al een tijdje uit met Julia en probeert haar tot gevorderde liefkozingen te bewegen maar zij houdt de boot af: als hij meer wil dan een simpel kusje zal hij toch eerst met haar moeten trouwen. En dat gebeurt uiteindelijk in de laatste strofe.
De zangwijze werd gecomponeerd door Raoul Moretti in 1924, ruim honderd jaar geleden dus. Moretti overleed in 1954 waardoor de auteursrechten in 2024 vervielen.
Ik zal ’t aan mijn moeder zeggen
1088 [A] Achille Coppenolle. [C] Raoul Moretti (1893-1954)
‘k Vrij al lang met een meid
juist een jaar van gister noen
zij heeft mijn liefde en min
ze bevalt naar mijne zin.
Ga ik soms zo met haar
ene wandeling gaan doen
geef ik haar een liefdezoen
zij roept: gij kapoen.
O Teofiel, ‘k zal ’t aan mijn moeder zeggen!
Houd uw manieren maar, het is hier veel te klaar.
Gij komt bij mij, maar alles uit te leggen,
uw liefde ja alras, komt hier niet te pas.
Wel Teofiel, ‘k zal ’t aan mijn moeder zeggen,
al vrijen wij ’t is waar, meer dan een jaar te gaar
daarvoor moogt gij mij, nog niet te gaarne zien;
later wel gauw, als ik zal zijn uw vrouw!
Lest zat ik met Julia
samen in de cinema
en haar moeder zat zo blij
maar te kijken nevens mij.
Binst dat het nu alras
ja juist weer zo donker was
gaf ik Julia ne piep
maar zij riep sebiet:
‘k Ga al lang in haar huis
van mijn schone Julia
en op enen avond laat
aan haar deur nog wat gepraat.
Al met eens vroeg ik stil
naar een beetje liefdegril
haar oogjes blonken als vuur
maar zij riep zo stuur:
Binnenkort trouwen wij,
nog een weeksken twee of drij
zie ik word van liefde zot
maar ik trouw wel in haar kot.
Als zij zegt: « Teofiel »
zie dan druk ik haar zo stil
zachtjes tegen mij, wel ja,
mijne Julia.
| Partituur * Ik zal ’t aan mijn moeder zeggen * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: "Ce n'est pas la même chose (quand on est deux)" (1924) liedblad uit de verzameling Roos Vercruyse (MUZ0894)
Het vertrek van Piet naar den troep
Nog een lied uit het ijverig volgepende schrift van Florentine Sterckx.
We vonden deze tekst ook terug op een liedblad van Jean-Louis Beullens die het circa 1920 in Brussel zong en verkocht.
Geen melodie vermeld, maar we twijfelen er niet aan dat het Duitse “Puppchen, du bist mein Augenstern” uit 1912 model stond.
Het vertrek van Piet naar den troep
1106 [A] Jean-Louis Beullens. [C] Jean Gilbert (1879-1942)
Den tijd die is verschenen,
mijn twintig jaar zijn daar.
Ons jeugd die is verdwenen,
maakt daarom geen bezwaar.
Men ziet de meisjes wenen
voor enen Jan of Piet.
Nu blijven zij allene,
O God, wat een verdriet!
Nu blijven zij allene,
O God, wat een verdriet!
Roosje, aanziet hier uwen Piet.
Wilt toch genezen mijn verdriet.
Roosje mijn liefste Roosje,
ik moet van kant
voor ’t Vaderland
Vaarwel Roosje, tot wederziens
Vertel mijn smart aan moeder Trien.
Kom nog eens liefste Roosje
Hier op mijn hart
genezen pijn en smart
Acht dagen zijn verdwenen
Nu zit het meisje daar
Nog genen brief verschenen
Voor haar, wat een bezwaar
Zij dacht: « Waar mag hij wezen?
In Diest of in het kamp? »
Maar daar kwam hij verrezen
met de graad van Sergeant.
Maar daar kwam hij verrezen
met de graad van Sergeant.
Ons Roosje stond te gapen
als haren Piet kwam aan.
Zij kost bekans niet praten
en kost hem niet verstaan.
Hij sprak: « Hé bien, ma Roosken
Regardez eens mon graad?
Je suis sergeant, mijn Roosken!
Ben ‘k geen flinken soldaat?
Roosje ging Piet bezoeken
al in zijn regiment,
gaf hem een hesp en koeken,
daarvan was hij kontent.
Zij gingen promeneren
maar wat stond zij versteld:
zijn graad die was verdwenen,
’t Was hetgeen die hem kwelt.
Onze Piet moest marcheren
met geweer, pak en zak.
« Zij doen mij nog kreveren;
‘k gaan liever in den bak. »
Maar haltelà, zijn Roosje
die speelt in zijn gedacht.
Maar zij rusten een poosje
dat maakt hem stil en zacht.
Zijn tijd die is verdwenen,
zijn term is nu gedaan.
« Roosje wilt niet meer wenen,
droogt nu maar uw getraan.
Nu zullen wij vlug trouwen
en worden man en vrouw.
Gij zult het nooit berouwen,
ik zweer u lief en trouw.
| Partituur * Het vertrek van Piet naar den troep * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: Puppchen, du bist mein Augenstern (1912) liedblad Jean-Louis Beullens circa 1920 (MUZ0734 pag 149)
De stervende jongeling
Dit lied is een co-productie van Achille Coppenolle uit Roeselare – die het liedblad liet drukken – en Jean-Louis Beulens uit Brussel die een deel van de teksten leverde. Dat zou moeten betekenen dat zij ook een tijdje samen gingen optreden met dit repertoire, wat opmerkelijk is daar zij zeer ver uit mekaar woonden en ook een heel verschillend “accent” hadden.
Zou men in Roeselare en omgeving de Brusselse tongval van Beulens hebben begrepen? En hoe reageerden Brusselaars op West-Vlaamse accenten? Of gebruikten beiden al een soort van “standaard” Vlaams?
Er zijn bij mijn weten geen geluidsopnames gemaakt van hun straatconcerten dus we weten het niet.
Dit is niet het enige lied over een huwelijk in extremis, waarbij één van de huwenden op het sterfbed ligt. In dit geval is het Laura die vroegtijdig weduwe werd.
Het verliep enigszins anders bij “Het huwelijk van Martha op haar sterfbed” en de gelijknamige “Stervende jongeling” in de versie van “Mevrouw Ellegiers”, beiden bezongen op een andere melodie.
De stervende jongeling
1087 [A] Achille Coppenolle – Jean-Louis Beulens. [C] Fisher Thompson
Ik voel mijne laatste stonden nad’ren
ja mijne dood is nabij.
Ja, al mijn bitter strijden, en mijn droevig lijden
gedaan met mijn smart, wat ben ik blij
Ik kwam mijn Laura zo te beminnen
ik had haar gezworen trouw.
Zij was voor mij geboren, nu gaan ik verloren
op mijn sterfbed werd zij mijne vrouw.
Zij waren op aard, voor malkaar geboren
Lijk een roos die verslenst ging hij verloren.
« ‘k Heb u lief » riep Laura, « k’zal u nooit vergeten
mijnen Gustaf gij waart altijd lief en braaf.»
En hij sprak: « Laura, wat moet ik lijden »
met zijn ogen vol getraan,
« ja, gij die waart mijn ware, mijn geluk op aarde. »
Ene laatste zucht en ’t was gedaan.
Gedaan was het met Gustaf zijn smarten.
« Adieu mijn lieveling,
ik zal uw graf besproeien en doen rozen groeien,
gij waart ook op aard mijn lieveling. »
Laura die wierd non, daar in een klooster
om te stelpen haar verdriet
en ze ging zonder beven, in het klooster leven
haar Gustaf vergeten kon zij niet.
Men noemde haar nu de bloem der smarten,
zij is altijd in getraan
en zij roept uit: « Wat lijden, en wat droeve tijden,
‘k wilde dat met mij ’t ook was gedaan!”
| Partituur * De stervende jongeling * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: "Rio Nights" (1922) liedblad Achille Coppenolle (Roeselare) & Jean-Louis Beulens (Schaarbeek) verzameling Roos Vercruyse (MUZ0894)


