De staking der dronkaards


Lied uit den tijd dat een pintje bier volgens marktzanger Achille Coppenolle (en zijn toehoorders) te duur werd: 1 BEF zeg, stel u voor! Wel … dat is omgerekend nu 0,025 EUR !
Tja, die “goeden ouwen tijd” komt niet meer weer, we hebben trouwens ook geen muntstukjes om twee en een halve eurocent te betalen., we zouden pintjes dan per 2 (per halve liter) moeten bestellen.
Volgens het lied zijn “de vrouwen” wel tevreden over die prijsverhoging, we mogen dus veronderstellen dat in de ervaring van Coppenolle (getrouwde) vrouwen geen bierdrinkers en ook geen bezoekers van herbergen waren.
De staking der dronkaards
1086 [A] Achille Coppenolle. [C] Roger Dufas
« Zeg, wilde nu eens weten? » sprak Karliene heel tevree,
« Mijne man die vaagt zijn broek aan al die staminee’s(1)
’t Is er al zolange dat het drinken is gedaan
sedert dat den drank kwam op te slaan.
‘k Zou niet geren zegt hij fier, zeg Karliene, luistert hier,
’t Is bijkanst ne frank voor een klein glaasje bier! »
Al de wijven zijn er van content,
zijn gelukkig met hunne vent.
« Zeg Lowie, zijt gij in grève(2) gegaan
omdat den drank kwam op te slaan? »
Geven wij aan onze man zijn pree,(3)
het is niet meer voor ’t staminee.
D’herbergiers die worden klein
want zij roepen vol chagrijn
dat de dronkaards in staking zijn.
Jan zei tot Marjetje, want hij wou er weer eens uit:
« Geef mij toch wat drinkgeld mee, allez nu, toe, vooruit?
Want als ik eens kaart en ik verlies per ongeluk,
mijne portmonnee(4) is uitgeschud. »
En Marie die sprak zo fier:
« Zeg eens Jan, luister maar hier,
als gij centen wilt, vraag’t aan den herbergier! »
« Ik wens van ganser harte dat het zo kan blijven gaan »
zo sprak schele Triene heel content tot hare man.
« Gij werd veel te vet met als die pintjes in uw lijf. »
’t Was daar alle dagen een gekijf.
’t Is nu gans mislopen hier,
in plaats van den herbergier
eten wij nu zijn biefstukskes met plezier!
’t Zondags voor ’t vermaak gaat gij langs bij den herbergier,
een halve pint bier dat noemen zij ook nen demi
‘n Jufferken bestelt u met een groten kousenband
D’effen rekening is juist ne frank
Ja het klinkt uit ieders mond:
altijd opslag op dien stond,
spijtig is ’t dat vroeger tijd niet wederkomt
(1) staminee = estaminet (Fr.), café
(2) grève (Fr.) = staking
(3) pree = (wekelijks) arbeidersloon
(4) geldbeugel
| Partituur * De staking der dronkaards * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: "Elle avait une robe à carreaux" (1925) liedblad uit de verzameling Roos Vercruyce (MUZ0894 pag.3)
Avontuur in ’t avonduur
Auteur “Donkerweke” gebruikt een pseudoniem om in een Ieperse krant de spot te kunnen drijven met het gezag, in dit geval vertegenwoordigd door twee gendarmen. Op het eind van het lied blijken die gendarmen slimmer te zijn dan verwacht, maar we zijn in 1908, de auteur nam het zekere voor het onzekere …
Een melodie wordt niet vermeld, het refreintje verwijst echter duidelijk naar een Frans deuntje dat we ook in het oeuvre van De Béranger terugvinden.
We baseerden ons op de versie van De Béranger, al zijn er mooiere varianten te vinden, ondermeer in een liedje uit Frans-Vlaanderen dat door Alfred den Ouden & Kristien uit het boek “Chants Populaires des Flamands de France” (Edmond de Coussemaker, 1856) werd gehaald en kundig bewerkt.

Hierbij nog een oude variante in twee stemmen, zogenaamd uit 1602 :
Maar wij namen dus de versie van De Béranger die ook in “La Clé du Caveau” zou staan (nr. 991).
Avontuur in ’t avonduur
1112 [A] “Donkerweke” [C] trad. 18e eeuw
Op een donk’ren avond,
geen sterre, ook geen maan.
Daar komt een man per velo
gereden langs de baan
Van de mirliton, mirliton, mirlitire,
van de mirlitontonton.
Hij heeft geen kwaad in ’t zin, al
’n maakt hij geen gedruis.
Geen bomen gaat hij zagen:
hij rijdt er slechts naar huis.
Toch loert hij rond, zorgvuldig
als ware hij beducht;
’t is trouwens donk’ren avond
en hij rijdt zonder licht.(1)
Daar rijzen twee gestalten
plots voor hem langs de baan,
met mantels, laarzen, sporen,
ze noden hem tot staan
« Ei! man met uwen velo!
Zeg ons eens wie gij zijt,
die zonder kaars of lampe
reist in den avondtijd? »
« Verdonders, twee Gendarmen,
is dat een tegenslag!
Doch wacht, het zal wel pakken:
z’hen eerbied voor ’t gezag! »
« Och, vrienden, ‘k vraag verschoning,
’t is waar, ik ben in schuld,
doch ‘k denk dat gij een Wetheer
wel iets vergeven zult? »
« Een Wetheer? Zijt gij een Wetheer?
Dan is het dubbel goed:
een Wetheer, meer dan and’ren
de wetten kennen moet! »
« Allons, geen complimenten,
ge zijt en blijft er aan!
Gij zult bij den heer Juge
uw zaak verweren gaan. »
« Zo zal een Wetheer leren
hoe elk, in Belgenland
moet weten en volbrengen
de wetten van het land! »
(1) in West-Vlaanderen rijmt het.
| Partituur * Avontuur in ’t avonduur * | |
2. instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: "Mirliton" tekst in een krant van 1908 uit Ieper. Muziek in "Béranger Lyrique" pag. 42 (MUZ0025 pag 64)
Liedeken van Sint-Hubertus
Sint-Hubertus werd onder andere in Leefdaal tussen 1200 en 2000 vereerd en aanroepen tegen alles wat ook maar van ver een beetje op “razernij” leek. In het midden van de 17e eeuw bereikte die devotie een hoogtepunt, tot heil van de plaatselijke kerkschatten. We hebben het er al uitvoerig over gehad bij het lied “Lofsanck van S. Huybrecht” en ik nodig u dus uit om ook die bijdrage van 15 jaar geleden (nog eens) te lezen.
Dit lied is een berijmde hagiografie(1) waarin de voornaamste legendarische “feiten” over het leven van de heilige worden opgesomd en dat uiteindelijk besluit met een commerciële boodschap.
De vermelde zangwijze is een evergreen bij de oudere marktliederen.
Liedeken van Sint-Hubertus
1085 [A] onbekend [C] trad. circa 1700
Laat ons hier op het wereldsdal
Hubertus hoge achten,
die ons kan redden uit ’t geval
bij dagen en bij nachten.
Want hij is een lelieblom,
vermaard door heel ons Christendom,
bij God zeer hoog van waarde
En vermaard op de aarde.
Hij was een edel gravens kind,
in de stad Luik geboren,
van God en van de mens bemind
zo iedereen zal horen.
In zijn jongheid had hij schier
al in het jagen meer plezier,
mits zijn vader voor dezen
ook jager kwam te wezen.
Aanziet ’t eerste mirakel dan,
als hij ter jacht kwam wezen:
een hert dat hem kwam toegegaan,
dat hem kwam g’hoorzaam wezen.
’t Beest viel voor hem op zijn kniên
en kwam aan hem zijn diensten biên
Maar toch ter dezer stonden
Meende hij ’t beest te wonden.
Zo haast was hij niet van zijn peerd
of hij kwam straks te merken
dat tussen d’horens van het hert
een licht dat kwam versterken.
Hij zag daar Christus’ beeld op staan,
Gods wonder werk zag hij daar aan,
maar ’t beest is straks verdwenen,
niet meer voor hem verschenen.
Alsdan heeft God zijn hart geraakt.
Daar hij Hem had aanbeden
heeft Hij van dezen man gemaakt,
een licht der duisterheden
want zijnen Mijter en zijn Staf
zond God hem van den Hemel af
dat op d’aarde mits dezen
hij Bisschop mochte wezen.
Nadat Hij enen langen tijd
zijn schapen kwam regeren
heeft God dien heilig man gezeid
en hij Hem kwam vereren:
dat na zijn dood hij hem toeliet
aan allen sterveling ’t gebied
dat nooit aan lijf of leden
geen razend dier mocht treden.
Dus is hij nu bij God den Heer,
voorpreker aller stonden
voor die hier zijn met groot verzeer,
gebeten van doll’ honden
ofwel van ander razend beest,
dat die maar komen onbevreesd,
Hubert zal hen beschermen,
van razernij ontfermen.
Wilt Sint-Hubertus als patroon
aanroepen t’allen stonden,
hij zal voor u, voor Godes troon,
bidden met open monden
opdat geen beet in razernij
u toebrengt enig leed of lij,
maar dat gij als voordezen
van hun bevrijd moogt wezen.
Oorlof, Christen in ’t generaal,
wilt Sint-Hubertus eren,
koopt de gewijde dingen al
gij zult nooit u verzeren,
want ieder die op hem betrouwt,
gewijde dingen bij hem houdt
zal hij altoos bevrijden
en ’t razend dier vermijden.
(1) de biografie van een heilige
| Partituur * Liedeken van Sint-Hubertus * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: "Van de vier gasten" alias "O Holland schoon" (circa 1700) MUZ1084 pag. 22 "Gentse liederverzameling" MUZ0942 pag. 48 "HISTORIELIEDEKENS te bekomen bij LAMBIN-VERWAERDE, IEPER" MUZ0137 pag. 34 "Volkslied in West-Vlaanderen", Roger Hessel MUZ0771 pag 325-326 "De Kist van Pierlala"




