Avontuur in ’t avonduur
Auteur “Donkerweke” gebruikt een pseudoniem om in een Ieperse krant de spot te kunnen drijven met het gezag, in dit geval vertegenwoordigd door twee gendarmen. Op het eind van het lied blijken die gendarmen slimmer te zijn dan verwacht, maar we zijn in 1908, de auteur nam het zekere voor het onzekere …
Een melodie wordt niet vermeld, het refreintje verwijst echter duidelijk naar een Frans deuntje dat we ook in het oeuvre van De Béranger terugvinden.
We baseerden ons op de versie van De Béranger, al zijn er mooiere varianten te vinden, ondermeer in een liedje uit Frans-Vlaanderen dat door Alfred den Ouden & Kristien uit het boek “Chants Populaires des Flamands de France” (Edmond de Coussemaker, 1856) werd gehaald en kundig bewerkt.

Hierbij nog een oude variante in twee stemmen, zogenaamd uit 1602 :
Maar wij namen dus de versie van De Béranger die ook in “La Clé du Caveau” zou staan (nr. 991).
Avontuur in ’t avonduur
1112 [A] “Donkerweke” [C] trad. 18e eeuw
Op een donk’ren avond,
geen sterre, ook geen maan.
Daar komt een man per velo
gereden langs de baan
Van de mirliton, mirliton, mirlitire,
van de mirlitontonton.
Hij heeft geen kwaad in ’t zin, al
’n maakt hij geen gedruis.
Geen bomen gaat hij zagen:
hij rijdt er slechts naar huis.
Toch loert hij rond, zorgvuldig
als ware hij beducht;
’t is trouwens donk’ren avond
en hij rijdt zonder licht.(1)
Daar rijzen twee gestalten
plots voor hem langs de baan,
met mantels, laarzen, sporen,
ze noden hem tot staan
« Ei! man met uwen velo!
Zeg ons eens wie gij zijt,
die zonder kaars of lampe
reist in den avondtijd? »
« Verdonders, twee Gendarmen,
is dat een tegenslag!
Doch wacht, het zal wel pakken:
z’hen eerbied voor ’t gezag! »
« Och, vrienden, ‘k vraag verschoning,
’t is waar, ik ben in schuld,
doch ‘k denk dat gij een Wetheer
wel iets vergeven zult? »
« Een Wetheer? Zijt gij een Wetheer?
Dan is het dubbel goed:
een Wetheer, meer dan and’ren
de wetten kennen moet! »
« Allons, geen complimenten,
ge zijt en blijft er aan!
Gij zult bij den heer Juge
uw zaak verweren gaan. »
« Zo zal een Wetheer leren
hoe elk, in Belgenland
moet weten en volbrengen
de wetten van het land! »
(1) in West-Vlaanderen rijmt het.
| Partituur * Avontuur in ’t avonduur * | |
2. instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: "Mirliton" tekst in een krant van 1908 uit Ieper. Muziek in "Béranger Lyrique" pag. 42 (MUZ0025 pag 64)
Liedeken van Sint-Hubertus
Sint-Hubertus werd onder andere in Leefdaal tussen 1200 en 2000 vereerd en aanroepen tegen alles wat ook maar van ver een beetje op “razernij” leek. In het midden van de 17e eeuw bereikte die devotie een hoogtepunt, tot heil van de plaatselijke kerkschatten. We hebben het er al uitvoerig over gehad bij het lied “Lofsanck van S. Huybrecht” en ik nodig u dus uit om ook die bijdrage van 15 jaar geleden (nog eens) te lezen.
Dit lied is een berijmde hagiografie(1) waarin de voornaamste legendarische “feiten” over het leven van de heilige worden opgesomd en dat uiteindelijk besluit met een commerciële boodschap.
De vermelde zangwijze is een evergreen bij de oudere marktliederen.
Liedeken van Sint-Hubertus
1085 [A] onbekend [C] trad. circa 1700
Laat ons hier op het wereldsdal
Hubertus hoge achten,
die ons kan redden uit ’t geval
bij dagen en bij nachten.
Want hij is een lelieblom,
vermaard door heel ons Christendom,
bij God zeer hoog van waarde
En vermaard op de aarde.
Hij was een edel gravens kind,
in de stad Luik geboren,
van God en van de mens bemind
zo iedereen zal horen.
In zijn jongheid had hij schier
al in het jagen meer plezier,
mits zijn vader voor dezen
ook jager kwam te wezen.
Aanziet ’t eerste mirakel dan,
als hij ter jacht kwam wezen:
een hert dat hem kwam toegegaan,
dat hem kwam g’hoorzaam wezen.
’t Beest viel voor hem op zijn kniên
en kwam aan hem zijn diensten biên
Maar toch ter dezer stonden
Meende hij ’t beest te wonden.
Zo haast was hij niet van zijn peerd
of hij kwam straks te merken
dat tussen d’horens van het hert
een licht dat kwam versterken.
Hij zag daar Christus’ beeld op staan,
Gods wonder werk zag hij daar aan,
maar ’t beest is straks verdwenen,
niet meer voor hem verschenen.
Alsdan heeft God zijn hart geraakt.
Daar hij Hem had aanbeden
heeft Hij van dezen man gemaakt,
een licht der duisterheden
want zijnen Mijter en zijn Staf
zond God hem van den Hemel af
dat op d’aarde mits dezen
hij Bisschop mochte wezen.
Nadat Hij enen langen tijd
zijn schapen kwam regeren
heeft God dien heilig man gezeid
en hij Hem kwam vereren:
dat na zijn dood hij hem toeliet
aan allen sterveling ’t gebied
dat nooit aan lijf of leden
geen razend dier mocht treden.
Dus is hij nu bij God den Heer,
voorpreker aller stonden
voor die hier zijn met groot verzeer,
gebeten van doll’ honden
ofwel van ander razend beest,
dat die maar komen onbevreesd,
Hubert zal hen beschermen,
van razernij ontfermen.
Wilt Sint-Hubertus als patroon
aanroepen t’allen stonden,
hij zal voor u, voor Godes troon,
bidden met open monden
opdat geen beet in razernij
u toebrengt enig leed of lij,
maar dat gij als voordezen
van hun bevrijd moogt wezen.
Oorlof, Christen in ’t generaal,
wilt Sint-Hubertus eren,
koopt de gewijde dingen al
gij zult nooit u verzeren,
want ieder die op hem betrouwt,
gewijde dingen bij hem houdt
zal hij altoos bevrijden
en ’t razend dier vermijden.
(1) de biografie van een heilige
| Partituur * Liedeken van Sint-Hubertus * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: "Van de vier gasten" alias "O Holland schoon" (circa 1700) MUZ1084 pag. 22 "Gentse liederverzameling" MUZ0942 pag. 48 "HISTORIELIEDEKENS te bekomen bij LAMBIN-VERWAERDE, IEPER" MUZ0137 pag. 34 "Volkslied in West-Vlaanderen", Roger Hessel MUZ0771 pag 325-326 "De Kist van Pierlala"
In je oogen staat geschreven
70 jaar geleden overleed auteur-componist Henri Theunisse, vooral bekend van “Ik heb een huis met een tuintje gehuurd”, maar hij schreef wel meer populaire deuntjes die vaak ook met de originele tekst door marktzangers werden gezongen.
Hierbij zijn lied” “In je ogen staat geschreven (wat je mond niet zeggen wou)”, ondertussen dus rechtenvrij.


In je ogen staat geschreven
469 Henri Theunisse (1887-1956)
Zacht ruist de wind, met zang’rig geluid
het klinkt als een liefdeslied
Lenteverwachten zweeft door de bossen
trilt door het jonge riet
Alles dat spreekt van liefdesverlangen
maar jij zwijgt stil, mijn schat
Toch raadt mijn hart jouw diepste gedachten
Lieveling, weet je dat:
In je ogen staat geschreven
wat je mond niet zeggen wou
Waarom lang nog overwegen,
als je hart spreekt kleine vrouw?
In je ogen staat geschreven
wat je mond niet zeggen wou
Waarom langer nog gezwegen,
als je denkt: “Ik hou van jou”?
Net als de vogels zullen wij samen
zo je mij ’t jawoord geeft
Daad’lijk een nestje bouwen voor twee
dat zonnige plekjes heeft.
En ligt er later in een mooi wiegje
lachend “een kleine puk”
die met zijn handjes woelt door je haren
Ken je nog meer geluk.
| Partituur * In je ogen staat geschreven * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: op het repertoire van verschillende marktzangers o.a. Tamboer (lied nr 864), Achille Coppenolle, Louis Dewinne & Albert Van Moerkerke en populair in liedjesschriften opgenomen in 1937 (Dutch Tango) op het label Parlophon B 73052 of Odeon A 164506 matrijs nr.149197 - Bob Scholte




