0

De nieuwe verkeersreglementen

Geplaatst door Johan Morris op 1 oktober 2026 in liedbladen, liederen, Spot & Ironie | ∞


Het zal wel duidelijk zijn dat Copenolle zich heeft geamuseerd met ironisch zwaar te overdrijven, al ben je dan nog niet zeker dat alle toehoorders dit meteen door hebben. Het valt trouwens op dat de gemeenplaatsen die hij hanteert ook vandaag nog populair zijn op sociale media en online lezersrubrieken van sommige kranten. Gelukkig is het bij ons nog niet zo ver dat je met uit hun verband gerukte redeneringen en “alternatieve feiten” de verkiezingen kan winnen, maar het scheelt niet veel.

De nieuwe verkeersreglementen

1103 [A] Achille Coppenolle (1885-1954) [C] Ralph Benatzky (1884-1957)

Door overvloed van schulden die ons land in roere zet
is’t weer een nieuwe wet, dus vrienden opgelet:
gij zult er wel van horen, ’t zij voor heer of ’t zij voor boer:
de wet op het verkeer en het vervoer.

’t Is nu verboden in het donker te staan vrijen,
gij moet voorzien zijn van een pile americain(1).
Ne velo die mag zonder achterlicht niet rijden,
de duiven mogen niet meer vliegen zonder frein.
Ge moet op stap gaan met een paard in een voiture,
nen ezel moet ne muilband dragen overal.
Die met ’n auto meer als honderd rijdt per ure
die is verzekerd van een groot proces verbaal.

Een trottinette zonder plak, nen dove zonder bel,
zie jongens, luistert wel, dat is van genen tel.
Een koeiken dat gesmokkeld wordt, dat is de moeite waard,
moet ook een rood signaal aan zijne staart.

Een hondenkar die mag geen koebeesten vervoeren,
een tram die moet aan alle straten blijven staan.
’t Is bovendien nog streng verboden aan de boeren
met margarineboter naar de markt te gaan.
Zij maken speciale wegen voor voituren
die kunnen vliegen met een snelheid overgroot.
Maar ’t arrem volk moet het betalen en bezuren
want met die auto’s rijden z’alle mensen dood.

Ne man die naar een ander gaat moet zorgen voor een pas,
maar al dat vreemde ras dat wordt hier niet belast.
Ne korte wagen, dat is waar, betaalt voor zijn construct
voorzeker ook een beetje tax-de-lux!

Wie geen patenten heeft die mag niet meer gaan leuren
en al de kauwen moeten uit den toren weg.
Ja, d’honden mogen niet meer pissen aan de deuren,
maar wil nu allen goed begrijpen wat ik zeg:
‘k Heb horen zeggen van een boerken uit den buiten,
ten naaste jare zal het worden aangeplakt:
« Allez, vooruit en brengt ons hulder laatste kluiten,
en die niet rap en is zal vliegen in den bak. »


(1) zaklamp (op batterijen)
PDFlogo Partituur * De nieuwe verkeersreglementen *
MP3logo
      1. instrumentaal

 Bronnen:
zangwijze: "Wat kan die Sigi daar aan doen dat hij zo schoon is?"
muziek uit de operette "Het Witte Paard"
in MUZ0940 liedbladen verzameling Willy Michiels

Tags:

0

Mijn kleine Lena

Geplaatst door Johan Morris op 24 september 2026 in liedbladen, liederen, Over Liefde & Verdriet | ∞

Het liedblad beweert dat alle liederen erop weliswaar geschreven zijn door Aloïs Van De Velde uit Lokeren maar dat ze gezongen werden door zijn echtgenote Honorine Van Hemelrijk. Dat kan voor het verhaaltje over “Mijn kleine Lena” niet kloppen, dat moet overduidelijk door een man gezongen worden. Laten we aannemen dat Aloïs dat echt wel zelf zong.

Lena was dus een schoon kind en het buurmeisje van de zanger. Toen zij een mooie 16-jarige jongedame was geworden probeerde ze die schoonheid te gelde te maken en  onze onfortuinlijke zanger bleef treurend achter met een redelijk gebroken hart.
Het frivole leventje van Lena draaide echter op niets uit en vele jaren later kwam ze terug aankloppen bij haar jeugdvriend met de vraag haar te vergeven. En dan stopt het lied: doet hij het of doet hij het niet? Dat mag de toehoorder zelf invullen, de zanger/auteur zwijgt erover want anders zou hij een deel van zijn publiek kunnen teleurstellen…

Mijn kleine Lena

1089 [A] Aloïs Van de Velde. [C] René de Buxeuil

Als zij was een meisje van zo omtrent tien of elf jaar
speelden wij altijd samen als een kinderpaar,
en des avonds als wij van het lopen waren zo moe
dan kusten wij elkander als zuster en broer.
‘k Zie haar nog voor mij staan,
’t lieve kind was toen nog maar elf jaar.

Lena was ene bloeme,
het schoonste meisje noemde men haar in de straat.
Lena die mocht zich roemen
dat zij reeds kost een kinderhartje snel doen slaan.
Lena haar blonde haren
die als een kroontje van haar hoofdje vielen neer.
O dan geleek zij een engel,
ik denk nog aan haar zo vol hartzeer.

Zo werd zij steeds groter en werd zij ene schone maagd,
weg vlogen kinderjaren, zij werd zestien jaar.
Hare schone ogen die volgden elken rijken heer
en wat ik reeds zo lange dacht gebeurt toch ne keer:
verkocht voor geld haar eer
en men zag die reine bloem niet meer.

Lena, waar zijt ge henen?
Ik die voor u mijn hart, mijn bloed te pande gaf!
Lena, zij was verdwenen,
ik bleef alleen met mijn verbrijzeld mannenhart.
Lena, ons kinderjaren,
daar lacht en spot ze mee ginds in de grote stad.
Zij zwiert nu alle dagen
met rijke heren langs den boelvaar.

Zo vervlogen er veel jaren en ik dacht zelfs niet meer
aan die schone reine bloem, Lena van weleer.
Toen op zek’ren nacht hoorde ik ene stemme zo zacht,
klonk smekend lijk een bede als een bitt’re klacht:
’t was de stem van Lena, o die had ik hier nooit meer verwacht !

Lena die vroeg mij smekend:
« Wil mij vergeven al het kwaad dat ik u deed. »
Lena kwam tot mij weder,
gelijk een slet die men vervloekt de stad uit dreef.
Zij was niet meer die schone,
die reine bloem, het schoonste meisje uit ons straat.
Zij sprak: « Ach mint mij weder,
ons kinderjaren, denkt daar nog aan!

PDFlogo Partituur * Mijn kleine Lena *
MP3logo
      1. instrumentaal

 Bronnen:
zangwijze: "Zaza" 1923
liedblad "15e Vlaamsche Uitgave 
Aloïs Van de Velde & Honorine Van Hemelrijk" (MUZ0734)

Tags:

0

Middernacht

Geplaatst door Johan Morris op 17 september 2026 in liedbladen, liederen, Wereldoorlog | ∞

In zijn boek “Marktliederen over de “Grooten Oorlog – De Eerste Wereldoorlog gezien door de ogen van onze marktzangers” citeert Roger Hessel een “Oorlogslied” gevonden op een liedblad “Gedicht en gezongen door AchilIe Coppenolle”. Identiek dezelfde tekst staat (met dezelfde taalfouten) in een ander boek van Roger: “De onvergetelijke Tamboer” maar daar kreeg het als titel “Middernacht” (lied nr 563 pag. 786). Moeilijk te zeggen wie van de twee marktzangers de tekst bedacht, de stijl lijkt me het beste te passen bij Coppenolle. Misschien hebben ze het ooit gezongen als duet ?

Middernacht

1109 [A] Lionel Bauwens en/of Achille Coppenolle [C] Jose Howard

’t Was op enen zomernacht,
‘k stond in de vuurlijnen daar op wacht.
’t Kanon buldert woedt, er vloeide veel bloed,
ik hoorde daar smeken en klagen.
Al opeens hoord’ ik een stem
die ‘k herkende, hij smeekte vol klem.
Het was mijnen vriend die getroffen
zijne laatste woorden daar sprak

Vaartwel ! Vaartwel lieve vrouwe,
kon ik u nog maar eens aanschouwen.
Ik sterf voor mijn vaderland hier zo zacht.
Middernacht ! Middernacht !
Daar lag hij met zijn bleke wangen,
een kogel in ’t harte ontvangen.
Hij smeekte genade voor vrouw en voor kind
die hem hadden teer bemind

Wijl ik dacht aan mijnen plicht
kreeg ik eensklaps den vijand in ’t zicht.
Wijl ik bij mijn vriend zat nedergeknield
ontplofte er iets aan mijn zijde.
‘k Werd getroffen in de hand
en wat zag ik op d’anderen kant?
Mijn broeder die daar was gevallen,
ook door het zelfde projektiel.

T’was vreedzaam om zien in de velden
Daar lagen zoveel koene helden
Zo werd ik gekwetst uit den slag gebracht
Middernacht ! Middernacht !
Ik hoorde mijn broeder daar klagen
Maar kon hem geen hulpe toedragen
Hij stierf met het wapen nog steeds in de hand
Voor vrijheid van ’t vaderland

Nu ziet men in ’t moordend veld
rusten ’t kruisken van menigen held,
die daar, zonder troost, ontrukt aan hun kroost
zo ver van hun huis zijn gevallen.
Overdenkt eens wel de smart.
En wat zag men hier van ‘n vrouwenhart?
Wijl hij aan het front stond te lijden
Haar eer aan den vijand verpand.

Verdwenen is nu alle lijden
terwijl op het slagveld aan ’t strijden.
’t Is nog alsof ik het voor ogen zag.
Middernacht ! Middernacht.
Dan stonden veel vrouwen te zwieren
in huizen van alle plezieren
en dochten niet dat op dienen zelfden stond
hun man viel voor vadergrond.

PDFlogo Partituur * Middernacht *
MP3logo
      1. instrumentaal

 Bronnen:
zangwijze: "I Wonder Who's Kissing Her Now?" (1909) - "Malgré tes serments" (1913)
Liedblad Lionel "Tamboer" Bauwens. 
Identieke tekst  op liedblad "gedicht en gezongen door Coppenolle Achille"

Tags:

Copyright © 1967-2026 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.