Gebroken geluk


Marktzanger Emiel Watripont (°1894) uit Ninove zorgde voor het volgende lied. We weten niet of deze man familie was van zangeres Nini Watripont (1935-2023), ook uit Ninove, pseudoniem Rina Pia, maar het zou me niet verbazen.
Afgaande op zijn liedbladen zong Emiel vooral bekende schlagers uit zijn tijd met af en toe een eigen tekst, zoals dit aandoenlijke en tragische liefdesverhaal, tegelijk ook een aanklacht tegen de gevaarlijke werkomstandigheden van vele arbeiders.
Het zal toeval zijn maar het liedblad “Gebroken geluk” is effectief “gebroken” …
Gebroken geluk
1091 [A] Emiel Watripont. [C] W. Zeller
Zij sleten hun dagen vol geluk in ’t hart,
ja in het dorpje verre van de stad.
Niets kon hen behagen, noch rijkdom, noch pracht,
hun liefde was hun grootste schat.
Hun leven vol zoete vreugd,
schone dromen van de jeugd.
De toekomst was zo schone
dachten aan geen rouwe.
Vrolijk bij avond en morgenstond.
Hun liefde zo zuiver en rein.
Trachten bij elkaar te zijn.
Bijna ’t nestje gebouwd
dan met veel goede hoop
verenigd, ja voor altijd.
Maar het wrede noodlot dat trof hen zo zwaar,
’t is ’t wrede lot des werkmans hier op aard.
Door ’t machien gegrepen en zeer zwaar gewond
snikt hij: « Lief, ‘k ga voor eeuwig heen.
Met pijnlijk stervend gelaat
drukt ze hem nu aan haar hart.
Klagend droef van smerte,
’t oog blikt in de verte.
Reeds voelt hij het naderen van de dood.
Ach, wij minden toch zo zoet,
gelukkig, zo braaf en goed.
God! Spaar ons in dit lij’
laat onze harten vrij.
Ach, heb meelij met ons bei’
« Liefste », snikt de brave, « ’t is weldra gedaan,
geef mij nog een kus, de laatste voortaan. »
Z’omhelst hem zo teder, wijl hij murmelt zacht:
« O, vergeet mij niet, ‘k mind’ u teer. »
« Vaarwel, vaarwel voor altijd,
ik sterf vol smerte en pijn.
Ons liefde was te groot,
te edel en te schoon.
Zij die vloog weg als in een droeve droom. »
Zachtjes valt zijn liefste neer,
kussen nog de laatste keer.
Dan bleef zij heel alleen
in smarten en geween,
hunne liefdedroom was heen!
| Partituur * Gebroken geluk * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: "Je n'ai qu'un amour, c'est toi" uit de film "Prix de Beauté" liedbladen verzameling Eliane Van Geyt (MUZ0821)
De politieke regeringsmoord gepleegd op de martelaar Francisco Ferrer (13-10-1909)
In het liedjesschrift van Eugenius Koopman uit Antwerpen “Kluchten en Romances” (MUZ0349) is het 392e en laatste lied in zijn bundel gewijd aan Francisco Ferrer. De zangwijze vermeldde hij niet en dus konden we het er nog niet eerder over hebben. Hier alvast het begin van het lied uit dit bundel:
Een beetje moeilijk te lezen misschien, wij menen dit te herkennen:
Onder Karel V volgens geschiedenis
De zon die ging niet onder in zijn landen
maar nu helaas, een schim die daarvan is
overgebleven van land, rijkdom en schatten
door inquisitie op d’achtergrond gesloten
en nu komt gij uw euveldaad vergroten
door vals bedrog en laffe broedermoord
Een laffe broedermoord
oh, Spanjaards van weleer
waar zijn uw roem en zegen
uw grootse faam, uw recht en rijk
hebt gij gesleurd door modder en door slijk
Francisco Ferrer was een Spaanse anarchist en onderwijs hervormer, die vals werd beschuldigd van een complot om koning Alphons XIII te vermoorden. “Hij stichtte lekenscholen en bibliotheken, en trachtte in het rijk der monniken, der klerikale overheersing, de vrijheid van de geest te vestigen. Dit is zijn misdaad, en zijn enige misdaad” (Het Volk: dagblad voor de arbeiderspartij, 02-11-1906)
Hij werd op 13 oktober 1909 terechtgesteld – exact 117 jaar geleden- onder impuls van de Inquisitie, hoofdzakelijk omdat hij de vrije meningsuiting propageerde!
In de verzameling liedbladen, gepubliceerd door D.Wouters circa 1933 in “Het straatlied”, later ingescand en geplaatst in de Nederlandse Liederenbank, vonden we nog een ander lied over deze gecontesteerde executie, ook zonder vermelding van de melodie op het liedblad maar andere liederen die met dezelfde zin beginnen verklaren gezongen te moeten worden op “Bij het ouderengraf” en dat is een Duits “Volkslied” van circa 1900 getiteld “Am Elterengrab”

Een liedblad over de “Vreselijke Moord te Zeist” (1902) begint met dezelfde woorden en de zangwijze wordt vermeld:

Martelaar Francisco Ferrer
1102 [A] anoniem liedblad Rotterdam. [C] Emil Winter-Tymian (°1860 +1926) (P.D.)
Kom vrienden blijft eens even bij ons staan
en wil ons lied aanhoren.
Hoe wreed of het in Spanje toe kan gaan,
hoe men daar een man vermoorde,
Francisco Ferrer was zijn naam,
en deze man had niets misdaan.
Spanje hoe wreed is uw regeringsmacht!
Waarom die man, die vader omgebracht?
Zijn dochter smeekt de koning om gena:
« O, spaar mijn lieve vader.
Mijn vader heeft toch immers niets misdaan,
niets is op aard mij nader.
O Koning geeft mijn vader weer,
mijn kinderhart doet mij zoo zeer.
Ik ben zijn dochter en zijn enig kind.
Hij wordt door mij en ik door hem bemind.
Die kinderbeê die werd nu niet verhoord.
Het vonnis luidt: « de kogel »
Bij ’t ochtendgloren werd de man vermoord
en thans richt ieder d’ogen,
naar Spanje heen en baldt de vuist:
het recht der mens werd daar verguisd.
De man die rust nu in het kille graf.
Maar niemand die dit Spanje ooit vergaf.
| Partituur * Martelaar Francisco Ferrer * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: “Am Elterengrab” liedblad uit de verzameling D. Wouters - Nederlandse Straatlied" 1933 (MUZ0483 pag. 68) zangwijze afgeleid uit bandopnames van Ate Doornbosch https://nl.wikipedia.org/wiki/Monument_Francisco_Ferrer cfr “Kluchten en Romances” - Eugenius Koopman lied nr 392 (MUZ0349)
Hela Siessen

Zoals vaak op liedbladen uit die periode wordt de strofe alias het “couplet” een “compleet” genoemd…
Achille Coppenolle bezingt de fratsen van een zekere (Fran)sies Verschelden, ons onbekend. De familienaam kwam wel voor in Roeselare, misschien had Coppenolle een “beruchte” kennis in gedachten.
De beschreven kapoenenstreken vallen nogal mee en lijken eerder een voorwendsel om met de bekende melodie van “Viva Bomma (patatten met socissen)” te kunnen uitpakken. Dat zou volgens sommigen een “Antwerps volkslied” zijn dat “later in Vlaanderen en Brussel bekend werd.” Zou kunnen, het is vooral zeer oud.
We hechten meer geloof aan Richard Vankenhove die in “Het Volksleven in het Straatlied” (1932) verklaart dat hij het optekende “uit den Gentsen Volksmond” en hij verwijst naar het bezoek van prins Leopold aan Boma, de toenmalige hoofdstad van CongoVrijstaat. Dat zou dan nog voor 1865 moeten geweest zijn want toen werd de prins tot koning Leopold II gekroond en in die hoedanigheid is hij nooit zelf in Congo geweest. De “patatten met socissen” (en de cervelas) van het mild spottende straatliedrefrein moeten waarschijnlijk verband houden met het invoeren door kolonisten van niet-Afrikaanse teelten en gewoonten in Congo die voor Europa belangrijk waren.
Straatliederen hebben meestal enkel een refrein en de melodie kwam bijna altijd uit een toendertijd populaire opera of operette. Onze kennis van die werken is zo goed als onbestaande, dus die link kunnen we vooralsnog niet leggen. En we weten evenmin waar de melodie van de strofen vandaan komt
Marktzanger Leon Vanderplancke gebruikte “Viva Bomma” als zangwijze in het lied “De belasting op de jonkmans” en het begin van het refrein lijkt wel heel sterk op dat van Coppenolle…
Hela Siessen
1090 [A] Achille Coppenolle. [C] onbekend
Wie heeft er soms horen spreken
van Sies Verschelden, die kapoen?
Hij steekt uit altijd aardige streken
en is gewend van kwaad te doen.
Want over tijd, niet lang geleden,
stak hij een waterput in brand
en al de mensen, gans verlegen,
die riepen: ’t is een echte schand.
Hela Siessen, past op voor de politie.
Hela Siessen, de gardeville is daar.
Houd u koest en blijf op uw gemak (tralala)
of gij vliegt nog seffens in den bak. (tralala)
Hela Siessen, houd u een beetje stille.
Hela Siessen gebruik maar uw verstand
want gij ziet, dat potje op de kant (tralala)
is een beetje aangebrand.
Laatst in de kino gezeten
nevens een meisje tweemaal tien
maar zij moest van de liefde niet weten,
aan haar manieren kost het zien.
Maar Siessen kon hem niet bedwingen,
hij gaf haar ene ferme zoen.
Gelijk een stier was hij aan ’t springen
en al het volk riep: « Gij kapoen ».
Siessen houd veel van de wijven,
hij heeft somtijds een lief of tien.
Overlest waren z’allen aan ’t kijven
en Siesken had het juist gezien.
Marie met Siska en Hortense
lagen aan’t vechten op de grond
en al het volk riep zonder zwansen:
« Wie smijt er daar met paardestront? »
| Partituur * Hela Siessen * | |
1. instrumentaal
|
Bronnen: zangwijze: "Vivan Bomma", zoals opgetekend in "Het Volksleven in het Straatlied" (1932) liedblad uit verzameling Roos Vercruyse (MUZ0894)

